ProTeam Jarno Widar vierde in snikhete dertiende rit van de Vuelta
“In de eerste 20 kilometer ging het in het peloton snoeihard en was ik blij dat de koers relatief snel op slot ging”, vertelt Widar. “Net voor de top van de klim konden we met een groep, onder wie ook Reuben Thompson, demarreren. Ik zat al de hele tijd op mijn limiet omdat ik oververhit was. Ik was dan ook blij dat Lars Craps mee was met de tien leiders. Daardoor kon ik wat meer in de wielen rijden en toch proberen een beetje af te koelen. In de afdaling sloten we aan bij de leiders.”
Op de laatste klim van de dag, de Puerto de Granada, kwam alles opnieuw samen en ontstond een nieuwe kopgroep, met Widar erbij. Toch bleef ook in de finale de hitte een bepalende factor. “Ik zat tegen de krampen aan. Ik moest dus heel zuinig zijn met elke inspanning die ik deed, om niet te snel in de problemen te komen en mijn spieren helemaal te laten verkrampen. Daarom probeerde ik altijd op mijn eigen tempo de gaatjes dicht te rijden.”
“Ik verwachtte nog een aanval van Van Aert op de brug. De renner voor mij liet een gat en toen dacht ik: als ik nu doortrek, krijg ik opnieuw krampen. Dus kon ik beter wachten op de sprint. We kwamen niet meer tot bij de leiders, maar ik slaagde er nog in om vierde te worden in de sprint.”
Voor Widar was het na een zware dag vooral een sterk staaltje teamwerk. “Ik ben superblij met hoe we als team deze etappe hebben gereden. Met Lars Craps en Reuben Thompson zaten we met drie in de vlucht, dus dat hebben we perfect gedaan”, sluit hij af.
Foto: PhotoNews