ProTeam Jenno Berckmoes met vertrouwen naar Grand Prix de Québec: “Ik denk dat ik hier iets moois kan laten zien”
Berckmoes reisde begin deze week alvast met vertrouwen af richting Canada. Na ritwinst en een tweede plek in het eindklassement van de Renewi Tour eind augustus én een goed gevoel na de Bretagne Classic in Plouay hoopt hij overzee op hetzelfde elan verder te gaan. “Na Plouay blijf ik weliswaar met het gevoel zitten dat er veel meer in zat”, geeft Jenno Berckmoes toe. “Liam Slock had daar de hele dag veel werk verricht en met nog vijf, zes kilometer te gaan, was ik een fractie van een seconde niet scherp genoeg… Net op dat moment reed een beslissende groep weg.”
Berckmoes zit dus op zijn honger en hoopt daar in Canada wat aan te doen. Het wordt zijn derde deelname aan de Grand Prix de Québec. Aan de voorgaande twee heeft hij alvast mooie herinneringen. Enter 2024, waar in de absolute finale Tadej PogaÄar er in de laatste ronde vandoor gaat en alleen Arnaud De Lie, Maxim Van Gils en Jenno Berckmoes kunnen volgen. “En ook vorig jaar zat ik goed in de wedstrijd. Julian Alaphilippe reed voorop en toen heb ik veel werk voor Arnaud verzet in de achtervolging, waarna hij uiteindelijk zevende werd”, vertelt Berckmoes. “De eerste keer, toen we daar met z’n drieën van de ploeg de finale kleurden, was de aankomst wel wat anders. Sinds vorig jaar moeten we iets verder en ligt de finish in het park. Destijds lag de finish me beter, maar nu zijn mijn benen beter (lacht).”
Bovendien staat Jenno Berckmoes deze editie in een andere rol aan de start. Waar hij de vorige edities steevast in dienst reed, is hij samen met Lennert Van Eetvelt dit keer kopman voor het Canadese tweeluik. “Vrijdag is een koers op mijn maat, zondag is op het lijf van Lennert Van Eetvelt geschreven. Zijn we allebei goed en halen we er allebei het maximale uit, dan geloof ik dat we mooie dingen kunnen laten zien. Aan concurrentie is hier geen gebrek. En Québec is ook echt geen eenvoudige koers. Die vier kilometer langs het water is als een autostrade. Het is niet gemakkelijk om daar weg te geraken. Gaan ze natuurlijk vijf ronden vol door… Je moet voortdurend mee zijn. Een sprint met een kleine groep zie ik gebeuren. Of met een uitgedunde groep aan de voet van de laatste klim komen… Het kan verschillende kanten op en ik sta met vertrouwen aan de start.”
Foto: PhotoNews