ProTeam Jarno Widar imponeert met tweede plaats in etappe vier van de Vuelta
Dat er tegen Tadej Pogacar vandaag, in de eerste echte bergetappe van deze Vuelta a España, weinig in te brengen zou zijn, hadden velen vooraf voorspeld. Halverwege de Collada de Beixalis ontbond de wereldkampioen zijn duivels en weg was hij. Maar daarachter werd flink gepokerd om het podium in Andorra compleet te maken. Deel van het elitegroepje: Primoz Roglic, Sepp Kuss, Enric Mas, Felix Gall, Oscar Onley, Gregor Mühlberger en… onze eigenste Jarno Widar. En die imponeerde, want in de sprint om ‘the best of the rest’ toonde Widar zich de snelste.
“Ik voelde me best goed”, vertelt een gelukkige Jarno Widar aan de finish. “Ik moest wel even zoeken naar mijn ritme. Pogacar versnelde, zoals verwacht, en toen moest ik in de achtervolgende groep een goed tempo zien te vinden. Eenvoudig was dat niet, ik had het moeilijk op die Coll d’Ordino. Ik wist gelukkig dat de laatste twee knikjes me beter zouden liggen dan die lange beklimmingen, dus ik had er wel vertrouwen in dat het op zijn plooi zou vallen. Ik wist dat ik in de sprint met snelheid van achteruit moest komen in die flauwe bocht en dat lukte.”
Widar, nog altijd slechts 20, pakt zo een bijzonder knappe tweede plaats na Tadej Pogacar, in zijn allereerste grote ronde. “Ik ben trots op mezelf. En vooral vereerd dat ik tussen die mannen mag rijden. Dit is een kinderdroom. Ik ben geen pure klimmer. Eerder een puncher, met ondanks mijn lichte gewicht nog steeds een goeie sprint in de benen.”
Widar klimt naar een negende plaats in het algemeen klassement, op 4 minuten en 6 seconden van leider Pogacar. “Ik bekijk het dag per dag en mik hier niet op het klassement. Héél graag zou ik nog eens zo’n uitslag rijden als ik me goed voel. Pogi is de beste renner ter wereld, het is normaal dat hij vlot wint. Maar dat ik daarachter tweede mag worden, daar verbaas ik mezelf een beetje mee. Ik ben heel trots.”
Morgen wacht de renners opnieuw een heuvelachtige rit tussen Falset en Roquetes.
Foto: PhotoNews